Ik moest de wekker zetten om de bus naar La Alberca te kunnen halen. De route naar het busstation kende ik van mijn eerste dag in Salamanca, toen ik het in omgekeerde volgorde in het donker had gelopen. Nu was het licht en het was nog heel rustig in de stad. Een hardloopwedstrijd door het centrum zou spoedig beginnen. Af en toe moest ik over een lint stappen en kwam ik enkele deelnemers tegen die naar de start van de wedstrijd liepen. Werklui van de gemeente hadden de straten van de stad met water schoongespoten.
La Alberca ligt op een hoogte van 1.048 meter in het beschermde natuurgebied Sierra de Francia. Enkele wandelroutes komen door het dorp en ik ging een van die wandelingen lopen.
Ik kocht een kaartje bij de chauffeur in de bus, en zag dat er nog maar weinig vrije zitplaatsen waren. Ik was een beetje gespannen, omdat ik de tocht in mijn eentje ging maken en niet wist hoe zwaar de wandeling zou zijn. Het had de moeilijkheidsgraad “facil”, maar was het Spaanse “facil” hetzelfde was als het Nederlandse “gemakkelijk”?
De bus reed door het uitgestrekte en golvende platteland van Spanje. Ik zag rechtshoekige en ronde hooibalen, grazende runderen, olijfboomgaarden en een stuk of 60 ooievaars die in natte graslanden op zoek waren naar voedsel. In de verte doemden de bergen van de Sierra de Francia op.

Ik kwam iets over 11 uur in La Alberca aan en liep door het dorp naar het startpunt van de route. Vandaag was een speciale dag, want uit de ramen en over de houten balkons hadden bewoners hun mooiste handgemaakte doeken en spreien gehangen. De stenen van de straten waren bestrooid met takken tijm. Ik was met mijn neus in de boter gevallen: het was Corpus Christi, ofwel Sacramentsdag. Ik besloot om het dorp na de wandeling beter te gaan bekijken.
Wil je meer lezen over deze feestdag in La Alberca, ga dan naar een artikel in E Pais
La Alberca grensde aan een naaldbos en volgde ik een breed stijgend zandpad. Vrachtwagens van bosbeheer hadden hier onlangs rondgereden. Ik hoorden vinken en een zwartkop luid zingen, en ze gaven mij een relaxt gevoel. Ik was zo ontspannen, dat ik pas merkte dat ik een pad naar links had gemist, toen ik een keertje op mijn track keek. Ik ging terug en bekeek het punt waar ik had moeten afslaan. Er was geen pad, alleen een helling die steil omhoog liep en begroeid was met bomen en struiken. Het was geen wonder dat ik deze afslag had gemist.
Stapje voor stapje liep ik omhoog en na een tiental meters vond ik een pad dat bezaaid was met stenen en takken. Na een tijdje vlakte het pad af en mistte ik opnieuw een afslag recht omhoog de berg op.
Ik had voor deze wandeling gekozen vanwege de panoramische uitzichten. Een consequentie was dat ik me moest inspannen en dat ik de hoogte in moest.
Na de beklimming kwam ik uit op een breed pad waar voertuigen konden rijden. Ik was opgelucht, want ik kon nu op adem komen en wat water drinken. Er waaide een koel briesje, dat heel aangenaam aanvoelde.
Eenmaal aan de andere kant van de berg nam ik een pauze, at ik wat en genoot ik van het weidse uitzicht over het natuurgebied. Ik was bij de Peña del Huevo (1414 m) en had inmiddels 5,5 kilometer erop zitten.

De tocht ging verder omhoog over een breed pad. Op een rots was een brandweerpost en een uitzichtpunt. De track gaf aan dat je heen en terug naar deze post kon lopen. Ik deed mijn rugzak af en liep zonder ballast het heen-en-weertje. Ik had mijn vertrouwde wandelrugzak in Nederland gelaten, en had de rugzak voor in de stad bij me. Die was een stuk minder comfortabel, want ik voelde de spieren in mijn rug samentrekken. Het uitzicht op de Peña Carbonera (1504 m) was spectaculair en panoramisch.

Bij Alto de Leras (1507 m) verliet ik het brede pad en ging ik verder over een dalend smal paadje. Er lagen geitenkorrels op de grond. Het geitenpaadje kwam uit bij een schuine kale helling, die bezaaid was met losse stenen, en geconcentreerd ging ik verder. Ik merkte dat ik moe begon te worden, maar ik wilde hier niet stoppen. Aan het einde van de losse stenen begon de begroeiing en ik was bij dat ik een lange broek aanhad, want ik moest regelmatig door een haag van stuiken lopen. Uiteindelijk kwam ik uit op een breed pad. Er was geen schaduw en ik besloot om verderop bij de bron te gaan rusten en wat te eten.

Bij de bron zaten twee hagedissen in de zon te genieten van de warmte. Ze schoten weg toen ik aan kwam lopen, maar ze keerden even later weer terug naar hun favoriete plekje in het zonlicht. Mijn app vertelde me dat ik 10,5 kilometer had gelopen.
Het laatste deel van de route was door het bos, waar het lekker koel was. Ik ging verlangen naar een tinto de verano en croquetas de jamón.
Grote delen van de route waren gemakkelijk geweest, maar de twee zeer steile stukken in het bos en het gedeelte over de losse stenen vond ik pittig. Tot mijn verbazing was ik onderweg niemand tegengekomen.
Moe en voldaan keerde ik terug naar La Alberca. Ik nam plaats op het terras van El Rincón de Lola op het Plaze Mayor. Ik had alle tijd van de wereld, want mijn bus naar Salamanca zou pas over tweeënhalf uur vertrekken. Ik checkte de harde cijfers in mijn app. Ik had 15,6 kilometer gewandeld en 490 hoogtemeters overbrugd. Het was 27 graden Celsius.

Terug met de bus
Ik was ruim op tijd bij de bushalte en het werd drukker en drukker. Er stonden op een gegeven moment zo veel mensen te wachten, dat ik dacht: “Dit gaat niet passen.” De busmaatschappij had op de mensenmassa geanticipeerd, want er kwamen 2 voertuigen aanrijden. Ik ging snel in de rij staan bij een van de bussen, want als ik die zou missen, dan moest ik de nacht in La Alberca doorbrengen. Ik nam uiteindelijk voorin de bus plaats.
De extra autobus bracht geen soelaas, want drie mensen moesten in het gangpad gaan staan. Het positieve was dat ze mee konden en dat ze dus hun bestemming zouden bereiken. We gingen rijden en even later stopten we bij een 9-personenbus. Zes mensen werden gevraagd om over te stappen, zodat we allemaal konden zitten.
Bij de bushalte in het dorpje El Cabaco stapten twee mensen in en was de bus weer bijna vol.
Weer later stopten we opnieuw bij een 9-personenbus, een andere dan die van de eerste keer. Er zaten 7 vrouwen in, die allemaal even in onze bus stapten, en hun vervoersbewijs langs de scanner haalden. Ik bekeek het met verbazing aan.
Het logistieke avontuur was nog niet afgelopen, want even voorbij het dorp Tamames stopte de bus in de middle of nowhere, of zoals de Spanaarden zeggen “en medio de la nada”. Er stonden 2 mensen aan de kant van de weg, een opa en zijn kleinzoon. De kleinzoon stapte bij ons in de bus en opa nam plaats in het busje bij de 7 vrouwen. Het 9-personenbusje had blijkbaar achter ons gereden.
We maakten een laatste stop in het dorp Vecinos, waar een jonge man bij de bushalte stond. De chauffeur zei dat hij alleen mee mocht, als hij in het gangpad ging zitten. Dat deed hij.
Ik was onder de indruk van manier waarop het streekvervoer in Spanje is geregeld. De busmaatschappij ging flexibel met de regels om, en zorgde ervoor dat iedereen mee kon.

Het was vandaag Corpus Christi en dat was waarschijnlijk de reden dat meer mensen dan gewoonlijk de laatste bus naar Salamanca wilden nemen. Voor de inwoners is dit het belangrijkste feest van het jaar. Alleen op deze dag komen de prachtige bergborduurwerken tevoorschijn en worden ze getoond aan de wereld.