Groepsreis Texel: Een lang weekend tussen vogels en vogelaars

Geplaatst op
Vogelen op Texel

Om onze kennis van vogels een boost te geven, besloten Lisette en ik om een lang weekend te boeken bij een organisatie die vogelreizen aanbiedt. We gingen naar Texel. In het voorjaar is het er een drukte van jewelste met broedvogels en trekvogels.

Dag 1: Langs de Oostkust van Texel

Wessel en Jonathan waren onze gidsen en zij gingen ons drie dagen lang langs verschillende vogelplekken op het eiland rondrijden. Er hadden in totaal elf deelnemers aangemeld voor deze groepsreis. We troffen elkaar om 10:50 uur in de veerhaven van Texel.

Onze medereizigers waren zo snel in de twee gehuurde 9-persoonsbusjes gedoken, dat Lisette en ik niet meer in hetzelfde voertuig konden zitten. Het was geen ramp.

We ging niet eerst langs het hotel, maar reden meteen door naar de eerste vogelplek. Dit was het uitkijkpunt bij de Prins Hendrikzanddijk, een nieuw natuurgebied aan de Waddenzee tussen de veerhaven en Oudeschild. Vlak bij de parkeerplaats was een grote groep rotganzen in het gras neergestreken. Verderop in het veld zaten een paar regenwulpen. Op de dijk vloog hier en daar een gele kwikstaart rond. Dit was een goed begin van onze vogelvakantie.

Opeens vlogen de rotganzen allemaal in paniek op. De reden werd snel duidelijk: een zeearend kwam vanuit de Waddenzee aanvliegen. De grootste roofvogel van Europa is een geduchte jager op watervogels. De eerste succesvolle broedpoging in Nederland was in 2006, en in 2025 waren er maar liefst 45 broedparen geteld. Een zeearend is dus heel bijzonder. Een mooiere start van onze minibreak konden we ons niet wensen.

Na een korte wandeling door het zand kwamen we aan bij de andere kant van de dijk. Een uitkijkpunt is meestal een houten schutting met kijkgaten, maar op deze plek was een landschaparchitectenbureau aan het werk gezet. Ze had een golvende transparante wand ontworpen, waar bezoekers nauwelijks zichtbaar zijn voor de vogels. Deze morgen waren de vogels amper waarneembaar door ons, omdat ze heel ver weg waren.

Uitkijkpunt Prins Hendrikzanddijk

Iedereen had een verrekijkers en soms ook een telescoop bij zich. Lisette en ik zijn tevreden met onze Vortex Razor telescope. Het is een relatief lichte scope met een uitstekende prijs/prestatieverhouding en een maximale vergroting van 33 keer. In de groep waren enkele Swarovski telescopen, die zich in het topsegment van de markt bevinden. Lily had zo’n Swarovski met een vergrotingsfactor van 50. Toen ik er doorheen keek, zag ik hoe veel mooier de wereld was die we aan het observeren waren.

Ik vergeleek de Mercedes S-klasse van Lily met onze Audi A6 of Volo V90. Dat was niet helemaal eerlijk. We hadden een goede kijker, maar met een net wat mindere wow-factor.

De tweede stop was in de vissershaven van Oudeschild. Daar was weinig te zien, maar het gaf mij wel de gelegenheid om even naar de wc te gaan.

Onze derde stop was bij de vogelkijkhut Dijkmanshuizen. Daar liep een witgatje rond. Hij wipte voortdurend zijn achterlijf op-en-neer en deed me denken aan een twerkende danseres. Ik ging languit in het gras liggen, en ik kwam tot de conclusie dat ik lang niet zo onverzadigbaar was als mijn reisgenoten. Ik vind vogels kijken heel leuk, maar er komt altijd een moment waarop ik er genoeg van heb. Lisette kwam even naast mij liggen. “We zijn pas drie uur bezig”, zei ze tegen mij, “En we moeten nog drie dagen”. Het waren opbeurende woorden. Ik lag in het gras om even tot rust te komen en nieuwe energie op te doen.

Dijkmanshuizen

We stapten weer in de auto en we passeerden op de IJsdijk een natuurgebied waar veel kokmeeuwen waren. De gidsen parkeerden de bussen langs de rand van de weg en we gingen op zoek naar de zwartkopmeeuw. Deze vogel broedt in kokmeeuwkolonies. We zagen hem niet.

Bij onze vijfde stop keken we naar oeverlopers en rosse grutto’s.

De zesde stop was bij de Minkewaal. Hier was een kunstmatige wand van beton waarin nestgaten zaten die waren gevuld met leemhoudend zand. De oeverzwaluwen, die in maart en april vanuit Afrika naar deze plek waren gevlogen, hadden zelf hun nest gegraven. Uit een gat kwam steeds zand naar beneden vallen; daar was nog een vogel bezig met graven.

Als de vogels in het najaar gaan overwinteren in Afrika, dan maken vrijwilligers de oeverzwaluwwand gereed voor bewoning in het nieuwe jaar. Ze verwijderen het oude zand en vullen het met schoon zand. Oeverzwaluwen zijn kieskeurig en willen alleen in zelfgebouwde nieuwbouwwijken wonen. Lepelaars daarentegen zijn krakers en nemen vaak de oude nesten van blauwe reigers in gebruik.

Tijdens stop 7 gingen we een kolonie grote sterns observeren. In juni 2022 werd een grote kolonie grote sterns op Texel weggevaagd door een hevige uitbraak van vogelgriep. Ongeveer 3000 van de 7000 vogels stierven. Het was fijn om te zien dat de populatie van 2026 tekenen van herstel toonde.

Tijdens stop 8 was mijn batterij opnieuw leeg en klapte ik het statief van de telescoop niet meer uit. Er waren hier geen nieuwe soorten te bekennen, want anders had ik wel een opgewonden kreet van een reisgenoot gehoord.

Stop 9 was aan de rand van een kale akker. Jonathan wist dat hier een dag eerder een Morinelplevier was gesignaleerd en wij gingen kijken of hij er nog was. Hij was vertrokken.

Gele kwikstaart
Gele kwikstaart. Foto van Herman Weermaninoff

We reden richting Cocksdorp, toen aan de kant van de weg een paar tapuiten werden gesignaleerd. Beide busjes stopten. We bleven zitten en deden het raam naar beneden, zodat de fotografen in de groep een mooi kiekje konden maken.

In De Cocksdorp parkeerden we bij de dijk. We liepen de waterkering op om te kijken of er wat leuks te zien was in de Waddenzee. Het viel tegen. Ik keek op Google Maps en zag dat er een pad liep over de dijk naar ons hotel. Je kon het in 80 minuten belopen. De gidsen wilden minimaal nog anderhalf uur door vogelen. Ik keek Lisette aan en zij vond het ook prettig om even de benen te strekken en wandelend door het landschap te gaan. De gidsen vonden het goed dat we alleen op pad gingen.

We liepen ontspannen op het graspad boven op de dijk, en daarna op het fietspad aan de waterkant. We keken af en toe naar vogels die in het slib op zoek waren naar voedsel. We moesten ze nu helemaal zelf determineren. Het laatste stuk van de route was over het asfalt aan de binnenkant van de dijk. We passeerden het binnendijks vogelgebied Utopia en door het tegenlicht konden we niet goed zien welke vogels er rondliepen.

We arriveerden als eerste bij het hotel; de groep was er nog niet. We checkten in, maakten een sanitaire stop op onze hotelkamer en gingen daarna op het terras in de zon zitten. Het zou nog ruim een uur duren voordat het diner werd geserveerd en we bestelden alvast een portie zoete aardappelfriet.

Het was fijn om even een stuk gelopen te hebben. De conclusie was dat we geen diehard vogelaars waren. “Dan hoeven we ook geen Swarovski telescoop te kopen”, zei Lisette. We hadden vandaag veel beleefd en veel geleerd.

Dag 2: De Noordkant van Texel, Polder Waalenburg, De Muy en De Slufter

Voor de liefhebbers hadden onze gidsen op 6:30 uur een korte wandeling naar Utopia op het programma gezet. Lisette en ik bleven in bed liggen. Wessel noemde dat “uitslapen”, maar het ontbijt was al om 8:00 uur.

Na het ontbijt reden we naar de noordkant van Texel, waar bosjes en struiken waren. In de trektijd scharrelen hier veel vogels rond. De eerste dag was heel zonnig geweest, en nu was het bewolkt en er werd in de loop van de ochtend regen verwacht.

Het noorden van Texel is het gebied van de kleine vogeltjes. Sommigen zaten boven in de topjes van het struweel, zoals de blauwborst, roodborsttapuit, heggenmus, en grasmus, en anderen hielden zich goed verborgen in het groen, zoals de nachtegaal en de braamsluiper.

Vuurtoren Texel

Toen het begon te regenen, liepen we snel terug naar de auto en reden we naar het vogelinformatiecentrum in De Cocksdorp. De winkel had een ruim assortiment aan vogelboeken, kleding, cadeauartikelen en optiek voor vogelaars en natuurliefhebbers. Je kon er tientallen modellen verrekijkers en telescopen zelf testen. Dat deden we dan ook. Je kunt er een hoop geld stukslaan op vogelkijkoptiek. Om onszelf te beschermen hadden we afgesproken om vandaag niets aan te schaffen.

Na een lang verblijf in het vogelinformatiecentrum koersten we naar Natuurcentrum De Marel, dat centraal op het eiland ligt. Daar gingen we samen lunchen, maar eerst reden we langs de akker waar we gisteren ook al waren geweest. Dat was een goede beslissing, want er zaten maar liefst negen Morinelplevieren op het land. Je moest heel goed kijken, want door de schutkleur kon je ze gemakkelijk over het hoofd zien.

Bij De Marel begon de zon te schijnen en we namen plaats aan de picknicktafels. We hadden tijdens het ontbijt allemaal een lunchpakket gemaakt.

Het viel me op dat we het vandaag een stuk rustiger aandeden dan gisteren. Ik hoorde van een medereiziger dat hij de gidsen feedback had gegeven, en had aangegeven dat we af en toe behoefte hadden aan een pauze. Onze gidsen waren zeer ervaren vogelaars, maar onervaren reisleiders.

Na de lunch reden we een klein stukje naar uitkijkpunt De Staart. Hier waren veel steltlopers te zien, zoals de kemphaan, de zwarte ruiter, de geelpootruiter, de bosruiter, de oeverloper en de kleine plevier. Ze waren dicht bij en we konden ze goed zien. De kemphaan was het lastigste om te herkennen, omdat het een steltloper is met veel gedaanten. De mannetjes hebben een kraag, die zwart, wit of roestbruin kan zijn.

We stonden afwisselend aan de ene of aan de andere kant van de weg. Toen onze oudste deelnemer van 86 jaar de weg overstak, werd hij bijna van zijn sokken gereden.

De volgende stop was De Muy, een duin- en heidegebied aan de westkant van Texel. We gingen hier een korte wandeling maken. Er waren geen ‘nieuwe’ vogels te zien, op een stormmeeuw na, die op zijn gemakje naar ons toe kwam lopen. We bleven staan, om hem niet weg te jagen. De fotocamera’s in de groep ratelden aan een stuk door. Totdat de vogel er genoeg van had en wegvloog.

De Muy

Ten noorden van De Muy is De Slufter. Dit is een duingebied dat in open verbinding staat met de Noordzee. Tijdens de gewone vloed loopt het zeewater de kreken in, en bij extreem hoog water kan het gebied volledig vollopen. We liepen de trap op die uitkwam op het observatieplateau. Daar hadden we een panoramisch uitzicht over de hele Slufter. Het was eb.

In de reisbeschrijving had gestaan dat we een wandeling gingen maken, maar de reisleiding bleek andere plannen te hebben. Ze stelden voor om op het terras van restaurant De Slufter te gaan zitten en daarna nogmaals naar het noorden van het eiland te gaan.

Lisette en ik besloten terug naar het hotel te lopen. Op mijn wandelapp was de lijnwandeling Van Slufter tot Kaap aangegeven. Als we deze route volgden tot net voorbij het natuurgebied Hogezandskil, dan konden we daar overstappen op het Noord-Hollandpad en vervolgens de straat inlopen waaraan ons hotel was gelegen.

De wandeling van 8,5 kilometer was grotendeels onverhard en leuker dan verwacht. We hadden de wind in de rug, en het zonlicht was zacht en warm. We zagen parachutisten zweven en vervolgens landen op het vliegveld van Texel. Als we een akker passeerden, dan keken we nauwgezet of er Morinelplevieren waren. Een van de akkers aan de andere kant van de sloot was geel, omdat de boer het chemische bestrijdingsmiddel glyfosaat (beter bekend als Roundup) had gebruikt. Het middel is slecht voor de biodiversiteit, het schaadt de waterkwaliteit en het wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op kanker en de ziekte van Parkinson. Het is in Nederland voor particulieren verboden, maar de landbouwsector mag het nog negen jaar gebruiken.

Akkers op Texel

Op Texel waait het bijna altijd. Om de constante wind te verminderen, zijn bij bebouwing in het buitengebied struikstroken aangelegd van zo’n twee meter breed. Deze lintvormige beplanting wordt een windsingel genoemd. Je kunt ze ook aantreffen bij wegen en fietspaden.

Hoe langzamer je door het landschap gaat, hoe meer details je ziet.

We kwamen over een grasdijk die bevolkt werd door schapen. Een paar bleven rustig liggen als we ze passeerden, maar de meesten gingen er snel vandoor. We moesten af en toe over een hek klimmen om op het perceel van de buurman te komen.

Moe en voldaan kwamen we in het hotel aan. We hadden vandaag een heerlijke dag gehad.

Dag 3: Het zuidwesten van Texel

De lucht was grauw en het was natter dan gisteren. De zon liet zich niet zien. We begonnen in de Bleekersvallei, een natuurgebied dat bestaat uit heide en duinen. Kleine vogeltjes zoals de kneu en de roodborsttapuit zaten in de topjes van de struiken. Het was even droog geweest, maar het begon weer te regenen.

We reden een stukje verder en stapten in het bos uit de auto. “Ik hoor een grauwe vliegenvanger”, zei Wessel. “Ja, ik hoor hem ook”, antwoordde Jonathan. We bleven aan de rand van het fietspad staan en richtten onze verrekijkers op de boomtoppen. Na een poos zagen we drie vogeltjes bewegen, maar we konden ze niet direct herkennen. Ze waren goed verborgen achter de bladeren en ze maakten geen geluid. Even later konden we ze thuis brengen: het waren zwartkoppen. We bleven wachten en wachten en wachten. We wachten eindeloos, totdat een roodborst halverwege de boomstammen voorbij vloog. De zang die de gidsen hadden gehoord was niet van de grauwe vliegenvanger geweest, maar van deze roodborst. De vogel is een goede imitator, die zelfs onze ervaren vogelkenners om de tuin kan leiden.

We reden naar het gebied Schettersweid, omdat hier gisteren de blauwvleugeltaling was gesignaleerd. We liepen op een prachtig drie meter breed fietspad, dat deels over water ging. De zeldzame eend uit Noord-Amerika liet zich niet zien. Het fietspad was het hoogtepunt van deze stop.

Omdat het bleef regenen, gingen we naar natuurmuseum Ecomare voor een koffie- en plaspauze. Het was zondag en de hele parkeerplaats was barstensvol. We konden nergens parkeren en reden door naar het strand en strandtent Paal 17.

Het was een druilige dag en we voelden ons beperkt in onze mogelijkheden. Er zat niets anders op dan ons toe te leggen op autovogelen, ofwel het observeren van vogels vanuit de auto. We waren niet succesvol, want op de plekken waar gisteren interessante waarnemingen waren gedaan, was vandaag weinig te zien. In de buurt van Den Hoorn hadden we wel geluk. Vanuit de bus hadden we zicht op drie prachtige koereigers, die rustig in het grasland liepen.

Vogels kijken bij slecht weer

Vier reisgenoten gaven aan dat ze de veerboot van drie uur wilden nemen, en niet wilden wachten tot die van vier uur. We namen afscheid in de veerhaven. Het Vlaamse echtpaar had de auto op Texel geparkeerd, omdat ze in Den Helder geen parkeerplaats konden vinden.

Het parkeerterrein in Den Helder is niet groot en altijd snel vol. Lisette en ik hadden de wagen op parkeerterrein Willemsoord-Noord achter gelaten. We hadden van te voren uitgezocht waar je gratis kan parkeren. Ik kan me voorstellen dat je zonder voorstudie niet weet waar je je auto moet laten.

Met een kleine groep reden we naar de parkeerplaats bij de Mokbaai. Het was opgehouden met regenen en we liepen naar het uitzichtpunt over De Horsmeertjes. Het was dan wel droog, maar vanwege het weinige licht kon je de details van de vogels op het water niet helder zien. Af en toe vloog een bruine kiekendief over en hij kwam zo dichtbij, dat ik geen verrekijker nodig had om deze prachtige roofvogel te bewonderen.

Tenslotte

De gidsen zagen deze reis 123 verschillende vogelsoorten; Lisette en ik hebben hier en daar eentje gemist, maar de meesten hebben we ook waargenomen. Dankzij onze kundige gidsen konden we vogels observeren, die we anders waren misgelopen. Jaarlijks wordt er op Texel rond de 280 vogelsoorten waargenomen.

Foto van Herman Weermaninoff

In de groep viel het me op dat de plek waar je regelmatig naar vogels te kijkt bepalend is voor welke soorten je ‘gewoon’ bent en welke je ‘bijzonder’ vindt. De grote zilverreiger komen Lisette en ik bijvoorbeeld geregeld tegen, maar voor de groep was het iets speciaals.

De reis was af en toe wat veel geweest. Een hele dag vogelen is veel vermoeiender dan de hele dag wandelen. Wie had dat ooit gedacht!

Ik ben niet in de wieg gelegd voor het ‘jagen’ op zeldzame dwaalgasten, trekvogels of broedvogels die nieuw zijn voor mijn eigen waarnemingslijst. Het liefste ga ik naar een plek, zoals uitkijkpunt De Staart, waar ik op mijn gemakje in de zon naar de vogels kan kijken die lekker dicht in de buurt zijn.

Ik weet nu zeker dat ik me niet ga inschrijven voor een 16 daagse vogelreis. Ik ga veel liever 16 dagen wandelen.

Het doel van deze trip was om onze vogelkennis een flinke boost te geven — en dat is aardig gelukt. Als bonus kregen we ook een verrassend helder beeld van het bijzondere menstype dat vogelaar heet.

5 reacties op “Groepsreis Texel: Een lang weekend tussen vogels en vogelaars&rdquo

  1. Haha, ‘we moeten nog 3 dgn’
    Gelukkig konden jullie af en toe nog even een stukje wandelen. Én heb je de gele kwik gezien!!!!
    Hou het maar bij wandelen met vogels als mooie bijvangst!!

  2. Ja de gele kwik speciaal voor jou Carlien!
    Een super leuk verslag Carolien, dank je wel! En natuurlijk ook dank voor 3 hele leuke gezellige dagen in zo’n groep diehard vogelaars op het prachtige waddeneiland Texel

    1. Ik had het zonder jou niet overleefd, Lisette. Als we een volgende keer samen naar Texel gaan, laten we dan af en toe een vogelexcursie boeken van een paar uurtjes i.p.v. een paar dagen.

  3. Super leuk om te lezen! Als je liever 16 dagen wilt wandelen kun je eind oktober meekomen om het Annapurna circuit te lopen 😉

    1. Dit is een uitdagende tocht. Ik heb het moeten opzoeken. Het is een hike met een enorme verschil in hoogte, het startpunt ligt op 823m en de pas op 5416m hoogte. ..) Na een korte nacht in Thorung Pedi op 4450m vertrek je rond zonsopgang om de laatste kilometer omhoog te klimmen. Stapje voor stapje door het gebrek aan zuurstof op hoogte zal je een paar uur later aankomen op het hoogste punt van de wandeling.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *