De zoektocht naar de purperreiger en zwarte stern

Geplaatst op
Bloemrijke graslanden
+6

Afstand: 17,3 km
Startpunt: Huis Het Bosch, Lexmond
Landschap: Rietlanden, moeras, uiterwaarden
Naar de routebeschrijving

Eerste Pinksterdag was de droogste dag van het Pinksterweekend. Het waaide hard en met 13 graden was het fris voor de tijd van het jaar. We liepen door de Achthoven polder naar de Vlietmolen. Ondanks de wind en de kou, was het heerlijk om in de buitenlucht te zijn.

Het grond was spekglad. Overal lagen plassen. Na ruim 4 kilometer kwamen we bij de molen aan en gingen we met in wind in onze rug op een bankje zitten. We dronken warme thee uit onze thermosflessen. Onze boekpijpen kleurden bruin van de modderspatten.

Achthoven polder

Een kievit kwam voorbij, en een visdief. In de verte zweefden drie bruine kiekendieven hoog in de lucht. We waren alert, want we wilden de purperreiger en de zwarte stern aan onze lijst van waarnemingen toevoegen. Beide vogels verbleven in het gebied. We waren in de Zouweboezem, een eldorado voor riet- en moerasvogels. Het natuurgebied herbergde zelfs de grootste broedkolonie van purperreigers in Nederland.

Vier weken geleden waren we hier ook, maar toen gingen we onverrichter zake terug naar huis. De purperreiger liet zich niet zien en de zwarte stern was nog niet in ons land aangekomen.

We stonden op en gingen verder. Aan onze linkerhand waren de moerassen en de rietlanden. We bekeken elke vogel die tussen het riet zwom of in de lucht zweefde, maar geen van allen waren onze doelvogels. Ze bleven onzichtbaar. Wel zagen we een lepelaar met een gestrekte hals vliegen. Bijna hadden we ons verzoend met de gedachte dat we een derde keer moesten terugkomen, toen hij opeens voorbij vloog: de zeldzame reiger met de zwarte lijnen in zijn oranjebruine hals. 

Purperreiger
Purperreiger uit het archief van Marijke Overbeeke

We waren opgelucht. Het was toch gelukt. Nu de zwarte stern nog. We wisten dat verderop nestvlotjes waren  neergelegd en de kans groot was dat we ze daar zouden zien.

Maar eerst volgden we een vlonderpad tot aan het vogelkijkscherm. De wind stond vol op het scherm. Als je je hoofd voor de openingen hield, dan leek het alsof je in de jetstream stond. We wierpen een korte blik op de plas achter het vogelscherm, constateerden dat er niet veel te zien was en besloten terug te lopen over het houten bruggetje. 

Op dat moment vloog een zwarte stern over. En nog eentje. Ze slaakten schelle kreten en verdwenen uit het zicht. Het ging allemaal veel te snel.

Vrijwilligers hadden in Nederland ruim 2.000 nestvlotjes aangelegd waarop de zwarte stern kan broeden. 50 jaar geleden broedden er nog 11.000 – 14.000 paar in Nederland. Daarna liep het aantal terug tot ongeveer 1.300. De nestvlotjes moeten ervoor zorgen dat de zwarte stern in ons land blijft. Vroeger maakten ze gebruik van drijvende waterplanten, maar die zijn in Nederland verdwenen.

Zwarte sterns
Zwarte sterns uit het archief van Marijke Overbeeke

Je kunt die nestvlotjes vergelijken met ooievaarspalen. Midden jaren ’70 was de ooievaar zo goed als verdwenen uit Nederland. Door het plaatsen van de palen groeit de populatie ieder jaar en gaat het tegenwoordig goed met het dier.

Halverwege het vlonderpad zat een rietgors 4 meter van ons vandaan in het riet. Hij hield zich met zijn pootjes goed vast aan de rietstengel die zwiepte in de wind. Hij vloog een paar meter en landde in de andere rietstengel. Zo cirkelden hij om ons heen en we volgen zijn bewegingen nauwlettend. Wat was hij mooi met zijn zwarte kop en keel, zijn witte halsband en zijn huismusachtige kleed!

Op het hoofdpad liep een vader en een paar meter achter hem zijn dochtertje. Het meisje sabbelde aan het rubberen oogkapje van haar verrekijker. Ze wist al precies hoe de bruine kiekendief eruit zag. Mettertijd zou ze waarschijnlijk de ambassadeur van de vogelbescherming worden.

Enkele zwarte sterns bleken inderdaad op de nestvlotjes te zitten. We konden nu goed de zwarte kop, het zwarte lijf en de antracietgrijze vleugels zien. Het was koud in de wind, maar we blijven staan om naar de sierlijke vogels te kijken. Ze vlogen laag over het water om kleine visjes en insecten te vangen. De kolonie was luidruchtig. In oktober vliegen ze terug naar West Afrika. De nestvlotjes zonder een afrastering waren ingepikt door kuifeenden.

Zwarte stern

Met een voldaan gevoel gingen we van onze vogelkijk-modus over in onze wandelmodus. Bij de uiterwaarden van de Lek kregen we de wind in de rug en scheen de zon zelfs af en toe door de wolken. Voor ons lag een uitgestrekt veld met vele witte, gele en paarse bloemetjes. De hoge rivierdijk bracht reliëf in het landschap en het leek alsof we in een alpenweide waren. “Gebruik je fantasie, het is niet moeilijk”, zong Frank Boeijen jaren geleden en hij had gelijk.

Vandaag stond het water in de Lek veel hoger dan een maand geleden. Op de plekken met begroeiing was een smal pad met hoge brandnetels. Binnen afzienbare tijd zou het dichtgegroeid zijn.

Uiterwaarden Lek

Ik hou van de weidsheid van de uiterwaarden, de koeien die grazen op de bloemrijke graslanden, de zandstrandjes tussen de kribben en de beroepsvaart die voorbij komt. Ik hou van het dynamische gebied dat in de winter het overtollige regen- en smeltwater opvangt en dan overstroomt. Het is het landschap van mijn jeugd.

Uiterwaarden Lek

Ons oog viel op een lieflijk stervormig wit bloemetjes en de app van Lisette vertelde ons dat het de Gewone vogelmelk was. Vogels en bloemen hebben in het Nederlands vaak prachtige namen. Plantennamen.info gaf een mogelijke verklaring voor de naam. De Duitse antropoloog en schrijver Wolf-Dieter Storl had eens gezegd dat de bloem hem deed denken aan een vogel die de zwaartekracht overwint en zo puur is als vers gemolken melk. De Spaanse naam was Leche de gallina, de Franse Dame d’onze heures en de Duits Stern van Bethlehem. De verschillen tussen de landen waren wonderlijk.  

We verlieten de uiterwaarden, staken de rivierdijk over en passeerden een boomgaard. De vorige keer stond die in bloei. Nu zagen we piepkleine baby vruchtjes die in een paar maanden tijd zouden uitgroeien tot eetbare appels of peren. Wij zijn stadse vrouwen die de ganzen in Nederland kunnen determineren, maar die de jonge vruchten van fruitbomen niet kunnen herkennen.

Boomgaard

We bereikten Lexmond en verheugden ons op een leuk terras in het centrum van het dorp. Alle winkels en alle  horeca bleken potdicht te zijn. Maakte Lexmond soms deel uit van de Biblebelt, waar de vaccinatiegraad onder gereformeerden aan de lage kant is? We zochten Van der Valk Hotel in Vianen op en riskeerden hel en verdoemenis. We konden niet anders, want we moesten deze prachtige dag afsluiten met een drankje en een portie bitterballen.

+6

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *