4 weken Spaans leren in Salamanca: mijn ervaring bij Tía Tula en het leven in de stad

Geplaatst op
Salamanca

Het is zondag en ik zit in de trein naar Schiphol. Het is zonnig bij een temperatuur van 22 graden. We rijden langs groene bomen en struiken, en weet dat ik ze komende vier weken niet meer zal zien. Een vlucht van 2,5 uur brengt mij naar Madrid. Ik wacht lang bij de bagageband op mijn koffer, neem de bus naar terminal 4, verblijf 1,5 uur in de busterminal en stap dan in de bus naar Salamanca. Het is 34 graden. Omdat ik helemaal voorin zit, heb ik goed uitzicht op het verlaten Spaanse platteland dat we doorkruisen. Hoewel de busrit even lang is als de vlucht, zie ik al snel de kathedraal van Salamanca opdoemen.

Om een uur of 10 ’s avonds bereiken we het busstation van Salamanca en besluit ik te gaan lopen naar mijn accommodatie. Ik heb vandaag de hele dag gezeten en heb behoefte aan beweging. Het is heerlijk rustig in de stad en ik geniet van de 23 minuten durende wandeling. Tientallen gierzwaluwen vliegen door de lucht en ze geven me goed gevoel. Ik steek het Plaza Mayor over, waar mensen buiten op het terras nog aan het dineren zijn. Het laatste stuk moet ik omhoog, want mijn studio blijkt boven op een heuvel te liggen. Ik had de eigenaar laten weten hoe laat ik zou arriveren en ze staat met een sleutel op me te wachten. Ze schud haar hoofd, want ze had verwacht dat ik met een taxi zou komen.

Tía Tula Colegio de Español

Ik ben ingeschreven aan taalschool Tía Tula. De maandag is op een taalschool de dag van de wissels. De leerlingen die afgelopen vrijdag voor het laatst waren komen niet meer terug; nieuwe leerlingen krijgen een introductie, en de leerlingen die de cursus nog niet hebben afgerond zoeken op het bord naar het nieuwe weekrooster. Het geeft aan bij welke leerlingen je die week in de klas zit, van welke leraren je les krijgt en in welk lokaal je wordt verwacht.

Tijdens de introductie ontmoet ik Kees. Hij komt uit Velzen-Noord en hij zit bij in mijn klas. De dame van de administratie legt het systeem aan ons uit. De taallessen zijn onderverdeeld in twee blokken. Het eerste blok begint om 10 uur en eindigt om 11:45. Dan hebben we een half uur pauze en daarna is het tweede blok van 12:15 tot 14:00 uur.

Tía Tula

Kees en ik zitten in een multinationale klas en onze klasgenoten komen uit China (2 dames ♀ ♀), Korea (♀), Amerika (♂), Australië (♂) en Zwitserland (♀). Het gevolg van deze samenstelling is dat we tijdens groepsgesprekken veel opsteken over de gebruiken en gewoonten van de medeleerlingen met een compleet andere culturele en etnische achtergrond. Zo kom ik bijvoorbeeld te weten dat Chinese familieleden elkaar begroeten zonder fysiek contract, dus zonder een knuffel en zonder een kus.

En een van de Chinese dames vertelt dat ze niet bevriend kan zijn met iemand die rookt, omdat die persoon haar gezondheid in gevaar brengt. Als een vriendin zou beginnen met roken, dan is dat het einde van de vriendschap.

Tijdens de pauzes lopen Kees en ik een ommetje door het oude centrum van de stad. Het is fijn om de benen te strekken en om ontspannend in het Nederlands te kunnen ouwehoeren. Na in de ochtend ingespannen geluisterd te hebben naar Spaans zinsneden en zelf Spaanse zinnen geconstrueerd te hebben, zijn we hard toe aan rust. Daarnaast is het fijn om samen door te nemen hoe we de school, de leraren, bepaalde situaties in de klas en Salamanca ervaren. Als Kees na twee weken de school verlaat, mis ik onze dagelijkse gesprekjes.

In week 3 bezoek de negentienjarige Elis (♂) uit Cardiff een week lang de school en neem ik hem mee op mijn pauze-rondjes. Het is gezellig, maar met een tiener voer je compleet andere gesprekken, dan met een volwassene.

Elke week behandelden we in de klas een grammaticaal thema en komt het vocabulaire langs dat bij een bepaalde onderwerp hoort. In de eerste week leren we hoe we gevoelens en gedachten kunnen uiten, en breiden we ons woordenschat uit over het milieu. Tijdens de tweede week wordt ons bijgebracht hoe we verlangens en twijfels kunnen uitdrukken, wat de voorzetsels van plaats en locatie in het Spaans zijn, en vergroten we onze woordenschat over communicatiemiddelen.

Onze leraar in de ochtendlessen van de eerste week heet Jesús. Het is een naam die in Nederland heel ongebruikelijk is, maar in Spanje en Latijns-Amerikaanse landen zeer populair is. We zitten in het lokaal op de tweede verdieping en kijken uit over de straat en op een ooievaarsnest. Als we een week later in een lokaal zitten zonder ramen, beseffen we dat een venster niet vanzelfsprekend is en dat het heel fijn is als verse lucht door het open raam naar binnen kan stromen.

Het open raam heeft tot gevolg dat de geluiden van buiten ongefilterd het klaslokaal vullen. Ik word regelmatig afgeleid door gierzwaluwen die krijsend voorbij vliegen. Jesús ziet dat en hij leert mij de namen van de vogels die ik de komende tijd elke dag zal tegenkomen, zoals:

  • Vendejo común = gierzwaluw
  • Cigüeña = Ooievaar
  • Gorrión común = Huismus

De schoolcomputer is verbonden met een beeldscherm en daarop toont hij de vogels, zodat we beide zeker weten dat we het over dezelfde hebben.

Later in de week laat hij ons op het scherm een fragment zien van het televisieprogramma “Caso Cerrado” (wat letterlijk “Zaak Gesloten” betekent). Het programma is een Latijns-Amerikaanse variant van De Rijdende Rechter, maar dan erg gericht op sensatie. In het fragment berispt Dr. Ana María Polo een 14 jarig Colombiaans meisje, omdat ze Engels spreekt en haar Spaanse roots negeert. Jesús vindt het heel hilarisch en wij kijken het met ontzetting aan. Wil je het fragment ook zien, klik dan op deze link. Het opent in een nieuw venster.

De eerste drie weken krijgen we ’s middags les van Cristina. Ze is geboren in het dorp Béjar, dat in de bergen ligt. Ze is sympathiek en ze kan heel goed lesgeven, maar ze kan niet zo goed tegen de warmte. Op de dagen dat de temperatuur in het klaslokaal een beetje oploopt haalt ze haar waaier (abanico) uit haar tas en gaat driftig wapperen.

Abanico uit museum
Deze abanico is te zien in het museum Casa Lis.

Ik ben in eerste instantie sceptisch. Je gebruikt je spieren tijdens het waaieren en doordoor produceer je lichaamswarmte. Weegt de extra warmte op tegen de verkoeling die een abanico brengt? Als ik in de derde week van mijn reis een abanico koop als souvenirtje voor mezelf, merk ik dat het echt werkt. De temperatuur van de lucht zelf daalt geen millimeter, maar de gevoelstemperatuur op je huid loopt terug met gemiddeld 2 tot 4 graden Celsius.

De temperatuur in Salamance stijgt in de loop van de maand harder dan gewoonlijk, en met name in de lokalen zonder raam wordt het heel warm. De school heeft een airco voor het gehele gebouw, maar die stopt automatisch na een minuut of vijf. Het zal een bezuinigingsmaatregel zijn, maar comfortabel is het niet.

Het is niet alleen in Salamanca warmer dan gebruikelijk, maar ook in een groot deel van Europa. In Frankrijk, België en Nederland worden hitterecords gebroken. Elis vertelt me dat het 35,9 °C in Wales is, en dat het daar warmer is dan in Spanje.

Het lesprogramma van de derde week behandelt hoe we bijwoordelijke/ verklarende bijzinnen en betrekkelijke/ specificerende bijzinnen kunnen maken, zodat we de eigenschappen van een persoon of een object kunnen aangeven. We leren de werkwoorden die we kunnen gebruiken om invloed uit te oefenen, en we breiden ons vocabulaire uit op het gebied van liefde en vriendschap.

In week vier ligt de focus op het aangeven van oorzaak, gevolg, tijd en doel. En op het gebruik van Spaanse uitroepen zoals ¡Ajá! en ¡Eh!.

In de laatste week krijgen we les van twee jonge meiden die net van de universiteit afkomen. Ze zijn heel aardig en ze weten veel over de Spaanse taal, maar ze missen nog de ervaring van het lesgeven. Ze hebben bijvoorbeeld nog niet geleerd hoe je mensen aan het spreken kunt krijgen. Je moet niet iemand aankijken, en dan “habla, habla, habla!” zeggen, ofwel “praat, praat, praat!”. Dat werkt niet. Een ervaren leraar durft een stilte te laten vallen en rustig af wachten tot je iets gaat zeggen.

Buitenschoolse activiteiten

Tía Tula organiseert naast lessen ook buitenschoolse activiteiten. Ik meld me voor een paar aan. Zo beklim ik de torens van de kathedraal van Salamanca, geniet ik van het adembenemende uitzicht over de stad, wandel ik lang de gotische spitsen, en bekijk ik de kerkklokken van dichtbij.

Kathedaal Salamanca

Tijdens een ander uitje krijgen we een rondleiding in het historisch gebouw van de Universiteit van Salamanca. De universiteit werd rond 1218 gesticht. De rijkversierde gevel werd ergens tussen 1521 en 1529 gebouwd en groeide uit tot belangrijkste bezienswaardigheid van de stad.

Samen met klasgenoot April (♀) en 4 andere medescholieren, die ik niet ken, neem ik deel aan een flamenco les op dansacademie Raquel Gómez. Op het nummer Bailando van Enrique Iglesias (in de repeat) klappen we in onze handen, leren we enkele arm- en handbewegingen en combineren we dit met eenvoudig voetenwerk. Het is leuk om te doen, en de uitleg van de juf is zo goed, dat we het idee krijgen dat het makkelijk is om de flamenco te dansen.

De sportschool

Ik ga in Nederland altijd naar de sportschool en ik wil in de vier weken dat ik in Salamanca ben mijn conditie vasthouden. Ik zoek naar een gym met groepslessen en kom uit bij VivaGym. Ik moet een app installeren, want anders krijg ik geen toegang tot het gebouw en kan ik me niet aanmelden voor groepslessen. Het aantal plekken per les is namelijk gelimiteerd.

Mijn eerste les is V-Power, wat een variant is de BodyPump van Les Mills. Ik merk meteen dat de dingen hier iets anders gaan dan dat ik gewend ben. De leraar gaat bij de deur van het leslokaal staan en noemt iedereen op die zich voor de les heeft opgegeven. Als je je naam hoort, dan mag je het lokaal betreden.

V-Power is een krachttraining met een halter en verwisselbare gewichten (van 1,25 kg, 2,5 kg, 5 kg of 10 kg) die alle belangrijke spiergroepen in één sessie traint. Op de maat van muziek voer je oefeningen uit zoals squats (sentadillas), presses, rows (remos) en bicep curls. In Nederlandse lessen gebruiken we Engelse termen en in Spanje wordt een mengelmoes van Spaans en Engels gebruikt.

De instructeur, een sterke gespierde fitte vent, doet de oefeningen voor en op zijn stang heeft hij aan beide kanten 1,25 kg geplaatst. Dat is bijzonder weinig. Ik wacht totdat hij meer kilo’s erbij plaatst, maar gedurende de gehele les houdt hij hetzelfde gewicht.

Naast V-Power, schrijf ik me ook in op V-Fight. Het is een les waar ik keer op keer enorm vrolijk van word. In de vorige eeuw deed ik het ook al, en toen heette het Tae Bo. V-Fight is een cardiotraining, waarin je op de maat van muziek stoten, trappen, kniestoten en elleboogstoten uitdeelt in de lucht. Er is dus geen fysiek contact. Mijn eigen sportschool geeft het jammer genoeg niet meer, en ik besef met terugwerkende kracht dat ik de klasjes enorm heb gemist.

Als in de loop van de weken de temperatuur in Salamanca oploopt, worden de groepslessen steeds slechter bezocht. Dat is raar, want in de sportschool staat de airco aan en het is een van de weinige plekken in de stad waar het lekker koel is.

Het dagelijkse leven: de eerste 2 weken

Omdat ik weet dat het Spaanse onderwijs al mijn energie zan opslokken, plan ik de eerste dagen in Salamanca niets in de middag en avond. Na school rust ik in mijn studio uit en dan kijk ik wel wat ik vervolgens doe. Pas als mijn batterij is opgeladen, trek ik erop uit en ga ik de stad in.

Plaza Mayor

Het centrum van Salamanca is compact en alles is goed te belopen. Je hebt aan de ene kant de bezienswaardigheden, zoals de ‘Oude’ en ‘Nieuwe’ kathedraal, de oudste universiteit van Spanje, het Plaza Mayor, Casa de las Conchas (een 16e eeuws gotisch paleis dat aan de buitenkant bedekt is met schelpen), het San Esteban klooster en de Romeinse brug (die uit de eerste eeuw stamt).

Aan de andere kant heb je de winkelstraten die grotendeels autovrij zijn. Naast moderne kledingketens, tref je er ook boekhandels, schoenenwinkels, souvenirwinkels en Iberische ham winkels aan. De laatste twee soorten winkels leven van de verkoop aan toeristen.

Ik vind het fijn dat de winkels zo dichtbij zijn. Ik koop ik regelmatig iets, en dat komt waarschijnlijk omdat ik alle tijd van de wereld heb. Het is een rare paradox: Hoe minder je werkt, hoe minder geld je verdient, en hoe meer tijd je hebt om geld uit te geven.

Op de momenten dat ik behoefte heb aan rust en stilte, ga ik naar het Jesuitas Park, of naar de rivier. De rivier die door Salamanca stroomt is de Tormes, en zij is voor Salamanca wat het Vondelpark is voor Amsterdam: een groene plek met volop schaduw waar bewoners wandelen, sporten en verkoeling zoeken.

Tormes rivier

Het kraanwater in Spanje is veilig om te drinken, maar ik vind het niet lekker. Het bevat teveel chloor. Daarom koop ik regelmatig flessen water in de supermarkt. Ik kies dan voor het goedkoopste merk.

De Spanjaarden doen aan afvalscheiding. Een keer in de week gooi ik de lege PET-flessen weg in een van de gele container, die langs de straatkant staan. Naast de gele containers, zijn er blauwe containers voor papier en karton, de groene containers voor glazen flessen en potjes, de bruine containers voor organisch afval en de grijze container voor het restafval. Soms zie je ook een paarse container, en deze is bedoeld voor de inzameling van kleding, schoenen en textiel.

Een onderdeel van mijn ontbijt is kwark en ik kan het in eerste instantie nergens in de supermarkt vinden. Ik bezoek een andere keten en ook daar is de kwark onvindbaar. Wat blijkt? Spanjaarden plaatsen kwark niet in het schap bij de yoghurt, maar in het schap bij de kaas. Het product heet in het Spaans dan ook: Queso fresco batido.

Het dagelijks leven: de derde week

In de derde week van mijn verblijf verandert mijn gemoedstoestand. Ik leef niet meer van dag tot dag, want ik weet dat mijn tijd in Salamanca eindig is. Ik heb een planning nodig, omdat ik anders niet alle dingen kan doen die ik nog wil doen. Ik wil Casa Lis bezoeken, een lange wandeling maken, een grotere koffer en een badpak kopen. Ik wil minimaal één en het liefste twee Ingress banner missies lopen. Ik wil eten bij vegetarisch restaurant El Laurel, en bij Chinees restaurant Zisu. En ik wil elke week een V-Power en V-Fight les volgen.

Dit lukt allemaal, maar de proefles bij Brooklyn Fitboxing schiet erbij in, als ook een bezoek aan de kapper.

Casa Lis

Casa Lis is een modernistisch stadspaleis uit 1905, gebouwd tegen de oude stadsmuur aan. Het biedt onderdak aan het Art Nouveau en Art Déco museum. Ik wil het graag bezichtigen, omdat ik heel benieuwd ben naar het gebouw. De collectie staat voor mij op het tweede plan. De zuidgevel, die uitkijkt op de rivier de Tormes, bestaat uit Art Nouveau glas-in-loodramen. In het gebouw is een patio met glas-in-loodramen en glas-in-lood-dakramen. Het is imponerend mooi. Ik maak een paar foto’s, totdat bewaker zegt dat ik dat niet meer mag doen.

Casa Lis

Ik ben direct uit school naar het museum gegaan. Omdat ik nog niet heb geluncht, ga ik naar de bar van het museum om tapas te eten. Door de glas-in-lood ramen kijk ik uit op de rivierkant van de stad en maak ik stiekem nog een paar foto’s.

Omdat ik er toch ben bekijk ik de collectie. De porseleinen poppen, speelgoedautootjes, sierraden en meubels doen me niet zoveel, maar de verzameling abanicos vind ik prachtig. In de souvenirwinkel van het museum koop ik een waaier waarop het patroon van het glas- en loodraam is weergegeven.

Etappe Camino de Santiago

In de laatste warme week is er 1 dag waarop de temperatuur relatief laag is. Het is dan 27 graden. Die dag kies ik uit om een etappe (in omgekeerde volgorde) van de Camino de Santiago te lopen. Ik neem de bus van 15:15 naar het dorp Calzada de Valdunciel en ga dan te voet terug naar Salamanca.

De wandeling gaat door het uitgestrekte akkerland van Spanje. Het is half bewolkt en dat is gunstig voor de foto’s die ik neem. De koele tegenwind voel verfrissend aan. Ik loop over een breed zandpad dat vroeger een Romeinse weg (ofwel calzada romana) is geweest. Lokale boeren en dorpsbewoners hebben de Romeinse stenen door de eeuwen heen weggehaald om huizen, stallen en muren mee te bouwen.

Er zit een vogeltje met een kuif op het pad; het is een kuifleeuwerik. De twee roofvogels die in de lucht rondcirkelen kan ik helaas niet thuisbrengen.

Camino de Santiago

Het laatste deel van de wandeling gaat over de strook asfalt dat onderdeel uitmaakt van de provinciale weg. Dit is een anticlimax. Ik ga toch niet voor mijn lol een meter naast auto’s lopen die met 80 kilometer per uur voorbijrazen! Ik pak de kaart erbij om te ontdekken of er een andere route is. Die is er. De wandeling wordt nu wel langer, maar dat vind ik niet erg. Het alternatief blijkt heel leuk te zijn en brengt mij langs het traject waar vroeger een spoorlijn heeft gelegen.

Om 20:00 kom ik moe en voldaan op het Plaza Mayor van Salamanca aan.

Het dagelijks leven: de vierde en laatste week

Tijdens de laatste week van mijn verblijf ben ik bewust dat het de laatste week is en bereid ik me voor om mijn terugkeer naar Nederland. Het liefste was ik een week of twee langer gebleven, want het ritme van ’s morgens Spaanse les volgen en ’s middags tijd voor jezelf hebben bevalt me uitstekend. Ik merk dat mijn gedachten steeds vaker afdwalen naar mijn onzekere werksituatie in Nederland, en ik vind het jammer dat ik mijn ‘pluk-de-dag’ mentaliteit kwijt bent.

De allerlaatste schooldag is een dag van afscheid nemen. De school geeft mij een certificaat en ik ga op de foto met mijn klasgenoten van vierde week en met Ana van de administratie. Ze is altijd vrolijk en vriendelijk, en geeft je vanaf de eerste dag het gevoel dat onderdeel bent van een familie.

Mijn spreken heeft nog niet het niveau dat ik graag wil hebben. Dus ik heb een goede reden om me nog eens in te schrijven op een Spaanse taalschool in Spanje.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *