Van wandelpad naar stadsmuur: een dag in Ávila

Geplaatst op
Stadsmuur Ávila

De trein van Salamanca naar Ávila stond een eeuwigheid stil bij San Pedro del Arroyo, een gehucht met niet meer dan 516 inwoners. Ik was de enige die geagiteerd was; de Spanjaarden in mijn coupe bleven heel rustig. Toen een trein ons passeerden en wij daarna in beweging kwamen, begreep ik wat er was gebeurd. In deze regio van Spanje ligt veel enkelspoor. Treinen kunnen elkaar alleen passeren bij passeerstations in dorpjes zoals waar ik nu was. We hadden gewacht op de trein uit Ávila, die blijkbaar vertraging had opgelopen.

Door de flessenhals in het spoornet kwamen we niet op het geplande tijdstip van 10:47, maar een half uur later in Ávila aan.

De temperatuur liep langzaam op tot 33 graden Celsius. Ávila ligt op 1.132 meter en is de hoogstgelegen stad van Spanje. De hoogte zorgde ervoor dat het een graad koeler was dan in Salamanca. Ik liep naar het historisch centrum en het eerste dat me opviel waren de vele gierzwaluwen. De vogels maken een hoog, schel “sriee-sriee” geluid dat ze veel herhalen.

Wandeling in de omgeving

Ávila is bekend om zijn mooie middeleeuwse stadsmuren, die de gehele binnenstad omringen. Ik zag de imposante halfronde torens, de hoge muren en een toegangspoort, maar ik ging de stad nog niet in. Eerst wilde ik een wandeling in de omgeving maken.

Over een verharde weg liep in naar de dam in het stuwmeer Fuentes Claras. Daar stak ik het water over en wandelde ik terug naar Ávila. De stad ligt op een vlakke top op een rotsachtige heuvel en ik kon al snel de stadsmuren zien opdoemen. Het was warm voor de tijd van het jaar en vele Spanjaarden hadden de verkoeling van het water opgezocht. Ze zaten op stoeltjes aan de rand van het water, al dan niet te turen naar een hengel. Een man had een t-shirt aan waarop een enorme gevaarlijk ogende vis te zien was.

Ik naderde de stadsmuren en ik vond het lastig om een mooie foto te maken. Ik kwam aan bij Los Cuatro Postes, een populaire plek voor toeristen en pelgrims. Het was uitkijkpunt over de stad en een monument, dat in de 16e eeuw was gebouwd. Vier stenen Dorische zuilen (Postes) waren met elkaar verbonden en in het midden stond een kruis.

Twee jonge vrouwen waren elkaar uitgebreid aan het fotograferen. Ik kon geen foto van het monument maken zonder ook de meiden op de kiek te zetten.

Stadsmuren Ávila

Ik liep naar beneden naar de houten brug, waar een vrouw aan het schilderen was. Ze was bijna klaar en had een romantisch afbeelding gemaakt van een stelletje, dat naar de brug keek, of naar de stadsmuur op de achtergrond.

Later in het oude centrum van de stad waren verschillende mensen aan het schilderen. Dit gebeurde vooral bij de gotische kathedraal. Het bleek geen toeval te zijn, want nog veel later werden deze schilderen geëxposeerd op het Plaza de Sana Teresa de Jesus. Het schilderij van de vrouw bij de brug maakte geen deel uit van de expositie.

Plaza de Sana Teresa de Jesus

Ik stak de Adaja rivier over en liep omhoog naar een van de toegangspoorten van de stad. Gierzwaluwen vlogen naar de muur en er weer vanaf. Ik keek nog eens goed en zag dat ze de nissen in de stadsmuur nesten hadden gemaakt.

De toeristische drukte op bepaalde tijden en locaties.

Ávila is een prachtige stad, maar wel heel toeristisch. Zonder nog een woord gesproken te hebben, werd ik een paar keer in het Engels aangesproken. Dat irriteerde mij. Ik weet dat ik er niet als een Spaanse uitzie, maar dat betekent niet dat ik de taal niet spreek.

Toen ik bij een bar bij Plaza Mercado Chico (la Plaza Mayor) een Fanta Limon bestelde, snauwde de barkeeper dat hij het niet had en liep hij vervolgens weg. Ik had het helemaal met hem gehad en met Ávila. Mijn ervaringen in Salamanca waren totaal anders geweest. Daar hadden enkel vriendelijke mensen mijn pad gekruist, die mij rustig in het Spaans te woord stonden.

Buiten de stadsmuren bleken de mensen wel vriendelijk te zijn, en waren de prijzen van tapas en drankjes beduidend lager.

Ik merkte dat het na 17:00 rustiger in de stad werd. Ávila is een populaire dagtripbestemming. De meeste drukte ontstaat tussen 11:00 uur en 17:00 uur als de touringcars er zijn en de treinen vol toeristen uit Madrid zijn gearriveerd.

Openluchtroltrap

Roltrappen associeer ik met vluchthaven en grote warenhuizen, zoals El Corte Ingels. Ik wist niet dat er ook openluchtroltrappen bestaan. Toen ik vanuit de zuidelijke wijken van de stad terugliep naar de historische binnenstad zag ik eentje. Het ding maakt deel uit van een bredere inzet van de gemeente om stedelijke mobiliteit duurzamer en toegankelijker te maken. De aanleg vergde een investering van 1,5 miljoen euro, die voor 90% werd gefinancierd door Europese fondsen.

Openluchtroltrap

Wandelen over de stadsmuren

Je kon bovenop de stadsmuur lopen, maar dan moest je wel een kaartje kopen. Voor kinderen onder de 12 jaar een gepensioneerden boven de 64 jaar was de toegang gratis en studenten kregen korting. Ik zei dat ik student was en wilden mijn Spaanse studentenkaart al pakken. ‘Nee’, zei de vrouw van de VVV, ‘de korting is alleen geldig voor studenten tot 25 jaar’. Met een sip gezicht rekende ik 8 euro af.

Van de stadmuur, die 2,5 kilometer lang was, was 1 kilometer beschikbaar voor het publiek. Ik liep het traject heen en weer. Het bouwwerk bestond uit 88 halfronde torens, 9 toegangspoorten en 2.500 kantelen. Het had een gemiddelde hoogte van 12 meter en een dikte van 3 meter.

De muur was tussen de 11e en 14e eeuw gebouwd om de noordelijke grens van het koninkrijk Castilië te beschermen tegen Moorse invallen. Vanaf de muur had je een geweldig uitzicht over de historische binnenstad en de uitgestrekte landschappen rond Ávila.

Stadsmuren Ávila

Vandaag had volledig in het teken van de muur gestaan. De indrukwekkende schaal en de uitstekende staat maakte het een unieke ervaring. Dat ik in de binnenstad onvriendelijk werd behandeld en er in het Engels met mij werd gecommuniceerd nam ik op de koop.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *